DEEL

Allergie(en)

In Nederland komen verschillende allergieën voor. Een aantal van deze allergieën hebben een verband met zuivelproducten.

1. Koemelkeiwitallergie

Als je lijf allergisch reageert op het eiwit in koemelk, dan heb je een koemelkeiwitallergie. Dat hebben maar weinig mensen: slechts 0,1 tot 0,5 procent van alle volwassenen is allergisch voor koemelk. Bij jonge kinderen komt het vaker voor, namelijk bij ongeveer vijf op de honderd baby’s en peuters. Met twee, drie jaar groeien zij er meestal overheen.

Waarom komt dit vooral voor bij zuigelingen?

De darmwand en het immuunsysteem zijn bij pasgeborenen nog niet helemaal rijp. De darmwand laat nog relatief grote eiwitten door, waar het immuunsysteem abnormaal op reageert. Vaak verdwijnt koemelkeiwitallergie als kinderen ouder worden en de darmwand zich verder ontwikkeld heeft. Rond de eerste verjaardag verdraagt ruim de helft weer koemelk. Op vijfjarige leeftijd is koemelkeiwitallergie bij de meeste kinderen verdwenen.

Hoe weet je of je baby koemelkeiwitallergie heeft?

Verschijnselen bij koemelkeiwitallergie zijn: veel huilen, spugen, huiduitslag, astma, diarree, kramp of verstopping. Als twee of meer symptomen naast elkaar voorkomen, dan is de kans groter dat het allergische klachten zijn. Zeker als ook een van de gezinsleden een aangetoonde voedselallergie heeft, een erfelijke aanleg vergroot namelijk de kans op een voedselallergie. Omdat voedselallergie moeilijk met zekerheid vast is te stellen, is het van belang de (consultatiebureau)arts te raadplegen.

Wat kun je er zelf tegen doen?

Borstvoeding
Als het even kan borstvoeding geven! Er zijn aanwijzingen dat 4 tot 6 maanden volledige borstvoeding beschermt tegen het ontstaan van allergie. Toch kunnen ook baby’s die borstvoeding krijgen overgevoelig reageren op sporen van koemelk in de moedermelk.

Flesvoeding
Als je baby de fles krijgt en allergisch voor koemelk blijkt te zijn, adviseert de consultatiebureau-arts vaak over te stappen op een ander soort zuigelingenvoeding. Hierin zijn de eiwitten in stukken ‘geknipt’ (gehydrolyseerd). Een kunstvoeding met gedeeltelijk gehydrolyseerd eiwit wordt sowieso geadviseerd voor baby’s die geen borstvoeding krijgen maar wel één of meer gezinsleden met een (koemelk)allergie hebben.

Bijvoeding
Baby’s met een koemelkeiwitallergie of baby’s die één of meer gezinsleden met een allergie hebben krijgen pas met 6 maanden hun eerste bijvoeding. De kans op het ontwikkelen van een nieuwe allergie is namelijk de eerste 6 maanden het grootst.

Weer koemelk uitproberen
Een koemelkeiwitallergie is zelden blijvend. Om onnodige beperkingen in de voeding te voorkomen is het belangrijk om regelmatig uit te proberen of koemelk weer verdragen wordt. In overleg met arts en diëtist geeft men meestal rond de eerste verjaardag van het kind weer koemelk. Geeft dit nog steeds klachten, dan probeert men het ieder half jaar weer.

2. Lactose-intolerantie

Als je lactose-intolerantie hebt, kun je niet goed tegen melk. Je darmen verteren dan het melksuiker (lactose) uit melk niet goed. Meestal kun je dan wel een beetje zuivel verdragen. Om toch het goede uit melk binnen te krijgen, kun je kiezen voor melkproducten met minder lactose zoals yoghurt. Ook kun je de meeste Nederlandse kazen eten, want deze bevatten geen lactose. Smeerkaas, korstloze kaas en kwark bevatten echter wél weer lactose.

3. Lactase-deficiëntie

In het geval van lactase-deficiëntie is er helemaal geen lactase aanwezig is in het lichaam. Lactase is nodig om lactose (melksuiker) om te zetten, zodat het door de darmen kan worden opgenomen. Lactase-deficiëntie is een zeldzame, erfelijke afwijking. Door een gebrek aan lactase in het lichaam kan lactose niet verder worden verwerkt. Dit geeft klachten als buikpijn, winderigheid en diarree. Bij deze kwaal schrijft de arts lactosevrije voeding voor, waardoor de klachten worden vermeden. Voor het samenstellen van een volwaardige voeding, kan advies worden gevraagd aan een diëtist.