Bereiding

Boter bestaat voor ruim 80 procent uit het vet van de melk. Melk van de koe bevat ruim vier procent vet. Voor iedere kilo boter is dus ongeveer 20 liter melk nodig.
  
Het begin van de boterbereiding is het ontromen van de melk, het verwijderen van het vet. Dit gebeurt in de centrifuge of separator (een machine waarin de melk snel wordt rondgedraaid).

De vetbolletjes in de melk, die lichter zijn dan het vocht, worden naar binnen gedrukt en langs een buis in het midden van de centrifuge afgevoerd. Op die manier wordt room met een vetgehalte van 35 tot 40 procent verkregen. Deze room wordt gepasteuriseerd.

Karnen
Om boter te bereiden, moet het vet van het vocht worden gescheiden. Dit gebeurt door de room te karnen.

Karnen lijkt op het kloppen van slagroom. Er wordt lucht in de room geslagen, waardoor een schuimende massa, zoals bij slagroom, ontstaat.
Door verder te karnen wordt de schil van de vetbolletjes gebroken en kan het vet eruit lopen. Dit vrije vet klontert samen tot uiteindelijk boterkorrels ontstaan. Deze drijven in het vocht, de magere melk, die wordt afgetapt.

Kneden
Na het karnen is de boter een kleverige massa, die wordt gekneed. De bedoeling is het resterende vocht zo fijn mogelijk te verdelen.

Als de boter is gekneed, wordt ze aangezuurd. Melkzuurbacteriën geven boter het gewenste aroma.