Geschiedenis van boter

Botermarkt
Naast kaas is boter altijd een belangrijk zuivelproduct geweest in Nederland. De Friese boeren maakten van de melk allereerst boter. Daarna werd van de afgeroomde melk kaas gemaakt. In Zuid-Holland werd rond Leiden en Delft veel boter gemaakt. Evenals de kaas werd de boter door de boeren zelf op de markt gebracht. Voor het vervoer werd de boter in houten tonnen of vaatjes opgeslagen.

Boter was ook een exportproduct. Vooral in Engeland werd veel Nederlandse boter gegeten. Uitvoerhavens waren onder andere Harlingen en Rotterdam.

Botermarkt in Delft (1912)

Op de boerderij
  
Boterbereiding op de boerderij was zwaar werk. De room werd in karntonnen met een stok met breed uiteinde heen en weer geschud, zoals nu bijvoorbeeld de slagroom met een garde wordt geklopt.

Het karnen gebeurde tot in de achttiende eeuw met de hand. Toen kwamen er karnmolens. Hierbij werd de stok via een tandrad voortbewogen. Het tandrad zelf bleef in beweging doordat een paard of hond, vastgeketend aan de molen, rondjes liepen. Later kwamen er ook handkarnmolens, waarbij de karnstok met een slinger en een tandrad werd aangedreven.
 

De fabriek
Met de komst van de zuivelfabrieken aan het eind van de 19e eeuw werd boter maken licht werk. Voor het ontromen van de melk was de centrifuge (zie foto) uitgevonden. En de karnton kon met stoomkracht worden aangedreven.

Zo werd in de fabriek in enkele uren een product verkregen waar vroeger op de boerderij dagen over werd gedaan. Dat was ook een reden waarom in Friesland de meeste boeren al snel hun melk aan een fabriek leverden.