Uitwerken van je werkstuk
- Kies of je je werkstuk gaat schrijven of uitwerken op de computer (Let op! Vaak heeft je leerkracht al bepaald hoe je het moet doen).
- Schrijf geen zinnen over van internet. Probeer alles in je eigen woorden te zeggen.
- Gebruik nooit woorden die je niet kent. Vraag de betekenis van de woorden aan je ouders of zoek ze op in het woordenboek.
- Laat ruimte over voor plaatjes of plak ze meteen in je werkstuk als je met de computer werkt. Voor tips kijk bij beelden zoeken
- Schrijf niet alles achter elkaar. Laat bij een nieuw onderwerp een regel open of verzin een kopje om erboven te zetten.
- Vergeet niet de bronnen te vermelden die je hebt gebruikt.
- Klaar met schrijven? Maak een mooie voorkant met een plaatje, de titel en je naam.
- Maak de bladzijden goed aan elkaar vast met een nietje of een touwtje. Of doe het in een mooi mapje.
Succes en veel plezier met je werkstuk!