Kwaliteit in de keten

De kwaliteit van zuivelproducten wordt gewaarborgd door een systeem van voorzorgsmaatregelen in de gehele keten, van de boerderij tot en met het zuivelschap in de winkel.

De melk wordt in een koeltank bewaard op een temperatuur van 3 à 4 graden en eens per twee, drie dagen met een tankwagen opgehaald. Van elke melkleverantie wordt een monster genomen. Deze wordt voorzien van een streepjescode en naar het Melkcontrolestation (MCS) Nederland in Zutphen verzonden.

Normen
De melk wordt onder meer beoordeeld op zaken als celgetal (kan wijzen op de koeienziekte mastitis), vriespunt (dit zegt iets over het watergehalte van de melk), vetzuurtegraad, kiemgetal (het aantal bacteriën in de melk), residuen van diergeneesmiddelen, boterzuurbacteriën, visuele reinheid en samenstelling (vet-, eiwit- en lactosegehalte).

Overschrijding van normen leidt tot korting op de melkprijs. Als de kwaliteit van de melk bij herhaling onvoldoende is, kan de veehouder uitgesloten worden van levering aan de zuivelfabriek. Uit voorzorg wordt ook regelmatig gecontroleerd op mogelijke verontreiniging met stoffen zoals dioxine, aflatoxine, PCB’s, zware metalen en resten van bestrijdingsmiddelen.

Borgingssystemen
De kwaliteit van de melk(producten) is gewaarborgd door het kwaliteitssysteem van de fabrieken en door controle van het eindproduct. In de fabriek gaat het om eisen ten aanzien van de kwaliteit van de grondstoffen, de inrichting van het bedrijf, onderhoud van de installaties, bereiding en hygiëne. Deze eisen zijn gebaseerd op het internationale kwaliteitsborgingsysteem Hazard Analysis Critical Control Point (HACCP).

De inspectie van de borgingssystemen in de zuivelondernemingen is een taak van het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ).