Boter

Botermarkt

Naast kaas is boter altijd een belangrijk zuivelproduct geweest in Nederland. De Friese boeren maakten van hun melk als eerste boter. Daarna werd van de afgeroomde melk kaast gemaakt. In Zuid-Holland werd rond de steden Leiden en Delft veel boter gemaakt. Evenals de kaas werd ook de boter door de boeren zelf op de markt gebracht. Om deze goed te kunnen vervoeren werd de boter in houten tonnen of vaatjes opgeslagen.

Boter was ook een exportproduct! Vooral in Engeland werd veel Nederlandse boter gegeten. De belangrijkste uitvoerhavens waren onder andere Harlingen en Rotterdam.

Op de boerderij

Het bereiden van boter op de boerderij was zwaar zwerk. De room werd in karntonnen met een stok met een breed uiteinde heen en weer geschud, zoals nu bijvoorbeeld de slagroom met een garde wordt geklopt.

Het karnen gebeurde tot in de achttiende met de hand. Daarna kwamen er karnmolens. Hierbij werd de stok via een tandrad voortbewogen. Het tandrad zelf bleef in beweging doordat een paard of hand, vastgeketend aan de molen, rondjes liepen. Later kwamen er ook handkammolens, waarbij de karnstok met een slinger en een tandrad werd aangedreven.

De fabriek

Met de komst van de zuivelfabrieken aan het eind van de negentiende eeuw werd het maken van boter licht werk. Voor het ontromen van de melk was de centrifuge uitgevonden. Daarnaast kon de karnton met stoomkracht worden aangedreven.

Zo werd in de fabriek al binnen enkele uren een product verkregen waar men vroeger op de boerderij dagen over deed. Dat was ook een van de redenen waarom de meeste boeren in Friesland hun melk al snel aan een fabriek leverden.

Op zuivelgeschiedenis.nl is nog veel meer te zien en te lezen over de geschiedenis van zuivel.