Melk

Melkmeisjes

In vroegere eeuwen brachten boeren en melkmeisjes de melk direct van het land in de stad. Pas aan het einde van de negentiende eeuw, met de komst van de eerste melkinrichtingen, veranderde dat. In deze melkinrichtingen werd de melk van veehouders verzameld, koel bewaard en in koperen kannen overgegoten. Daarmee gingen de melkventers door de straten. Er wordt destijds ook melk verkocht in zogenaamde melksalons, een soort café waar glazen melk werden getapt.

Melkman

Na de melkventer kwam de melkman of melkboer. Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw tapten zij losse melk in kannen of schalen aan de huisdeur. Daarnaast verkochten ze ook melk in flessen. Tegenwoordig wordt de meeste melk niet meer aan de deur, maar in de supermarkt verkocht.

Toetjes

Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw werden de meeste ´zuiveltoetjes´ nog gewoon thuis gemaakt. Daarna werd het assortiment melkproducten in de supermarkt enorm uitgebreid. Het gebruik van yoghurt en vla als toetjes in plaats van pap maakte toen een grote opmars. Bovendien kwamen er allerlei andere toetjes op de markt.

Vla

Als sinds de achttiende eeuw wordt er vla (of vlade) als koud nagerecht gegeten. Het wordt gemaakt van melk, suiker, eieren en cacao of vruchten. Het Nederlands Zuivelbureau bedacht in 1963 de vlaflip. Dit toetje, dat bestaat uit yoghurt, vla en limonade en wordt geserveerd in een glas, werd zo populair dat het in het woordenboek werd opgenomen.

Yoghurt

Aan het begin van de twintigste eeuw raakte yoghurt in Europa bekend. Het product stamt uit het Nabije Oosten; de Turkse naam is yo(gh)urt (de gh wordt niet uitgesproken). In Nederland kwam het gebruik van yoghurt vooral na 1950 op gang. Inmiddels zijn we de grootste yoghurteters van Europa, we eten jaarlijks twintig kilo per persoon. Maar liefst twee derde van de yoghurt die we in Nederland eten is naturelyoghurt.

Melkmeid

Dit is ‘De Melkmeid’ van de Nederlandse schilder Johannes Vermeer en hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het meisje op het schilderij is een keukenmeid die melk uitgiet in een schaal. Waarschijnlijk werd deze melk gebruikt om pap van te maken. Vanwege de beperkte houdbaarheid werd melk in vroegere tijden vooral verwerkt tot boter, kaas en pap. Die laatste bestond uit melk of karnemelk en granen (boekweit en havermout bijvoorbeeld) of gort.

Melkmeisje

De herkomst van het woord zuivel heeft hier ook mee te maken. Het slaat terug op het woord suval dat voor onze Germaanse voorvaderen ‘brij’ betekende en verwant is aan supa (drinken of zuipen) en supon (soep).

Op zuivelgeschiedenis.nl is nog veel meer te zien en te lezen over de geschiedenis van zuivel.