DEEL

Productie

De meeste melk van een boerderij gaat naar fabrieken. Er zijn fabrieken voor allerlei verschillende producten, bijvoorbeeld melk, kaas of melkpoeder.

Melkfabrieken produceren consumptiemelk en producten als karnemelk, yoghurt en toetjes. De rauwe boerderijmelk krijgt enkele bewerkingen, zodat deze geschikt is voor consumptie: pasteuriseren, standaardiseren, homogeniseren. Voor zure producten (karnemelk, yoghurt) gebruikt de fabriek melkzuurbacteriën.

Wat is pasteuriseren?

Alle melk die de fabriek verwerkt, krijgt een hittebehandeling waarmee schadelijke bacteriën gedood worden. Deze bewerking dankt zijn naam aan Louis Pasteur. Deze Franse scheikundige ontdekte dat schadelijke bacteriën niet bestand zijn tegen hoge temperaturen. De rauwe melk stroomt in de machine langs stalen platen en wordt daarbij kort verwarmd tot 72 graden Celsius.

Nog warmer: steriliseren

Sommige melk wordt nog een keer extra verhit; tot meer dan 100 graden Celsius. Deze melk noem je lang houdbare melk. Deze melk hoeft niet in de koelkast bewaard te worden.

Hierin wordt melk gesteriliseerd

Hierin wordt melk gesteriliseerd

 

Vetgehalte standaardiseren

Alle melk in de winkel heeft een standaard vetgehalte. Volle melk moet volgens de Warenwet minimaal 3,5 procent vet bevatten en halfvolle melk minimaal 1,5 procent. Magere melk mag hoogstens 0,5 procent vet bevatten. In de praktijk bevat die laatste vrijwel geen vet. Het proces in de fabriek waarbij melk en vet van elkaar gescheiden worden noemen we ontromen.

Ontromen

Melk die rechtstreeks van de koe komt bevat gemiddeld ruim 4 procent vet. In de fabriek scheidt een centrifuge of separator dit vet van de melk. Het is een machine waarin de melk snel wordt rondgedraaid. Van het vet, ook wel room genoemd, dat overblijft maken de zuivelfabrieken boter of slagroom.

Soms centrifugeren

In melk zit veel water. Voor sommige producten is het nodig om het water uit de melk te halen. Dat gebeurt in zogenaamde centrifuges: sneldraaiende trommels. Het water wordt dan uit de melk geslingerd. De melk die overblijft is een stuk dikker. Deze melk wordt gebruikt voor bijvoorbeeld melkpoeder en koffiemelk.

Waar zit het vet in de melk?

In melk zit dus melkvet of room. Om ervoor te zorgen dat deze niet boven komt drijven als de melk eenmaal in een fles of pak in de winkel staat, wordt de melk gehomogeniseerd. De melk wordt dan onder hele hoge druk door kleine gaatjes geperst. Daardoor worden de vetbolletjes in de melk in hele kleine druppeltjes verdeeld. De vetdruppels stijgen niet meer naar boven en zijn gelijkmatig (homogeen) door de melk verspreid.

De melk is klaar voor de consument en gaat naar de winkel

De melk is klaar voor de consument en gaat naar de winkel