Boerderij

Wat wil jij weten van de boerderij? Wie er wonen? Misschien is de boerderij wel iets meer dan een huis met mensen.

Heb jij een vraag die er niet tussen staat? Mail ons, dan krijg je antwoord en als ie leuk genoeg is, komt jouw vraag op de site te staan!

Alles over de boerderij (8)

De potstal is een oud staltype dat nog wel eens voorkomt bij biologische melkveehouders, vanwege de waardevolle mest die met dit systeem ontstaat. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt daardoor steeds hoger. De potstal wordt één of twee keer per jaar uitgemest en die mest wordt over het land uitgereden.

De vrijloopstal is een nieuwe soort stal. Hier lopen de koeien vrij rond in een lichte en ‘natuurlijke’ ruimte die doet denken aan een dierentuin. De koeien bepalen zelf of ze buiten of binnen willen staan. En ze bepalen ook wanneer ze gemolken willen worden door de melkrobot. De nieuwste technieken zorgen voor de automatische afvoer van de plas van de koe en de mest zakt automatisch door de vloer. Daarvoor zitten speciale openingen in de vloer.

Foto William Hoogteyling

Ja zeker! Je kan met jouw klas een boerderij bezoeken! Onze boeren ontvangen jullie met open armen. Ze vertellen graag over hun werk en laten zien hoe het is om op een boerderij te leven. En dat niet alleen, je mag ook zelf helpen. Bovendien heeft de boer (of de boerin) een paar leerzame en leuke opdrachten voor je. Wel 220 boerderijen staan open voor scholen. Jij of je juf of meester kan een afspraak maken met een boerderij op de site van Boerderijeducatie Nederland.

 

O ja, zeker wel. Vooral jonge boeren wonen lang niet allemaal meer in de boerderij. Vaak gaan zonen of dochters die bij hun ouders in de melkveehouderij werken toch ergens anders wonen. In de stad bijvoorbeeld, waar ze dan makkelijker met hun vrienden kunnen chillen. En als ze het bedrijf dan jaren later overnemen van hun ouders, dan gaan ze meestal toch weer terug naar de boerderij om daar hun leven op te bouwen. Maar als ze jonger zijn, dan willen ze niet meer bij hun ouders wonen. Dat is logisch, want dat willen we allemaal niet.

Ja, wij denken vaak dat we uniek zijn, maar dat zijn we echt niet hoor. In het buitenland wonen heel veel boeren in net zoveel boerderijen. De een heeft melkkoeien, de ander heeft alleen paarden of varkens. Of kippen. Of hij verbouwt mais of tomaten. Net als in Nederland. Onze boeren zijn beroemd om de melk en vooral om de kaas die uit ons kikkerlandje komt.

In 2017 stonden de meeste boerderijen met koeien in Overijssel! Hier waren 3.213 melkveehouders met melkkoeien. En de minste stonden in Zeeland: 226. En weet je hoeveel boerderijen met koeien er in totaal in Nederland waren in 2017? 18.056! Veel hè? En samen hielden die melkveehouders (zoals ze officieel heten) maar liefst bijna 1,7 miljoen koeien!

Meestal is dat de boer. Vaker woont de boer met zijn gezin in de boerderij. Met zijn vrouw dus – die noemen we vaak de boerin. En met zijn kinderen. Kinderen van boerengezinnen zijn vaak best stoer. Dat komt omdat ze vanaf baby al gewend zijn met veel dieren om te gaan en te werken in de boerderij. Een beetje paarden- of koeienstront maakt hun niks uit, dat zien ze thuis elke dag.

Dat is best ingewikkeld, want daarvoor moet je de geschiedenisboeken induiken. En daar moet je maar net zin in hebben.
Maar we hebben gezocht en het is waarschijnlijk een verbastering van het woord ‘boerenbedrijf’. Rond 1780 hadden steeds meer mensen het over Boerdery als ze spraken over de ‘boerenwoning’. En pas rond 1800 werd er niet alleen over boerderij gesproken, maar ook over geschreven. Dus jou over-over-over-grootouders die hadden het al over boerderij. Het woord is nu dus al meer dan 230 jaar oud.

Load More