Deel dit artikel:

Duurzaam

Duurzame melkproductie

Melkveehouders en de zuivelindustrie zetten zich in voor een duurzame zuivelproductie met het project ‘de Duurzame Zuivelketen’. De Duurzame Zuivelketen is een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en LTO Nederland. De duurzame doelen hebben betrekking op klimaatneutrale ontwikkeling, continue verbetering van dierenwelzijn, behoud van weidegang en behoud van biodiversiteit en milieu.

Klimaatneutrale ontwikkeling betekent dat de hele keten, van melkveebedrijf tot en met zuivelfabriek, op den duur in haar eigen energiebehoefte kan voorzien. Dit gebeurt door middel van het opwekken van energie uit biomassa en het benutten van wind- en zonne-energie.

Op het melkveebedrijf zorgt de boer niet alleen voor zijn koeien, maar ook voor de natuur. Hij werkt aan het Hollandse landschap, wekt duurzame energie op en is bezig met biodiversiteit op zijn land. Hoe hij dit doet kun je zien door op de groene plusjes te klikken.

De zuivelsector neemt ook initiatieven op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid. Zo zijn er programma’s voor dierziekten zoals paratuberculose en salmonella, het verbeteren van de uiergezondheid en het verminderen van het gebruik van antibiotica. Ook ondersteunt de zuivelsector de vernieuwing van de stallen, waarbij de natuurlijke behoefte van de koe voorop staat. Ook wordt de weidegang van melkvee gestimuleerd.
Bij het thema biodiversiteit gaat het onder meer om het behoud van landschappelijke waarden, verantwoorde teelt van veevoer (bv. soja) en verwerking van mineralen uit mest en kunstmest.

Voor meer informatie zie http://www.duurzamezuivelketen.nl/.

Melkveehouderij en het milieu

De afgelopen jaren is de belasting van het milieu door de melkveehouderij aanzienlijk afgenomen. Het gaat hier om de mineralen stikstof en fosfaat en om ammoniak. Een overschot aan deze meststoffen is schadelijk voor de kwaliteit van de natuur. Als de veehouder meer mest op het land brengt dan het gras of een ander gewas op kan nemen, zakken de meststoffen met het regenwater de bodem in. De mest komt vervolgens in het grondwater of het spoelt naar de sloot. Om deze reden mogen veehouders doorgaans van half september tot februari geen mest over het land uitrijden. In die periode neemt het gras namelijk heel weinig meststoffen op.

Als er mest over het land wordt uitgereden, verdwijnt er bovendien ammoniak in de lucht. Die daalt op een andere plaats neer in de natuur. Daarom mogen veehouders mest tegenwoordig alleen nog in de grond injecteren en niet meer met een giertank over het land uitsproeien. Het gebruik van mest op het land is gebonden aan zogenaamde gebruiksnormen. Deze stellen een maximum aan de hoeveelheid meststoffen. Ook de uitstoot van het broeikasgas methaan is aanzienlijk verminderd. Dit was mede te danken aan de daling van het aantal koeien.

Biologische melkveehouderij

Biologische melkveehouderij is een verzamelnaam voor de ecologische- en biologisch-dynamische melkveehouderij. Boeren met een ecologisch bedrijf gebruiken geen kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen, preventieve geneesmiddelen of mest van bedrijven uit de gangbare landbouw. De producten zijn vrij van chemisch-synthetische geur-, kleur- en smaakstoffen.

Biologisch-dynamisch

De biologisch-dynamische landbouw komt voort uit de antroposofie. Uitgangspunt is dat er een samenhang bestaat tussen plant, dier, bodem en kosmos (het heelal). Zo wordt bij het inzaaien van gras, het tijdstip van bemesten of het maaien en oogsten rekening gehouden met de stand van de planeten.